3.4. Waar slaat de client zijn instellingen op?

In een ini bestand, vaak dnetc.ini. Het moet in dezelfde locatie staan als de client. Het ini bestand heeft dezelfde naam als de client. Vaak dnetc.exe en dnetc.ini, maar het kan ook koetje.exe en koetje.ini zijn bijvoorbeeld. Dit is makkelijk als je op 1 netwerkschijf verschillende configuraties hebt van meerdere computers. De client voor computer 25 noem de dnetc25.exe, van computer 100 dnetc100.exe enzovoort. Daardoor kunnen ze allemaal hun eigen ini instellingen hebben.  


Mijn dnetc.ini geopend in kladblok.  

Helemaal onderaan zie je “detached=no”. Als je op een computer de client onzichtbaar hebt gemaakt, zoals beschreven hierboven, dan staat er “detached=yes”. Zet je deze waarde op “detached=no” dan wordt de client weer zichtbaar.

 

 

MOL heeft voor het laatst aan deze pagina gewerkt op: 18-01-2001. Copyright © 2000-2001 by Team Coldfusion. All rights reserved.