Als je mijn handleiding zo leuk vond dat je ook menu 3 en 4 hebt geconfigureerd dan heb je de core optie in menu 3 ook bekeken. Distributed.net speciale code ontwikkeld voor alle types processoren. Deze zogenaamde cores maken gebruik van die instructies waar de processor goed in is. Sommige cores zijn speciaal geschreven voor de MMX instructieset, andere voor Athlons en weer ander voor Pentium II’s. Daarom is het zo belangrijk om af en toe te kijken op de client download pagina van distributed.net. Zo weet je zeker dat je de nieuwste client gebruikt die het best geoptimaliseerd is.
Bij optie 1 van menu 3 is de standaard waarde –1. De client weet van veel processoren wat de beste core is. Meestal werkt dit goed, maar soms is de ene core net iets beter dan de ander. Ga je zelf benchmarken dan kun je misschien wat extra kkeys/s halen. Dat is toch weer duizenden sleutels extra!

Het benchmarken van de beste core.
Je kunt cores benchmarken door net als op het plaatje “dnetc –bench rc5” te doen. Open een dos boxje, ga naar het locatie waar de client is geïnstalleerd (vaak “C:\progra~1\distri~1\”) en voer het commando uit. Omdat er meer cores getest worden dan op het scherm passen kun je beter even noteren wat de score was. Let daarbij op “RC5: Using core #X”. Het nummer van de core dat de beste score ha kun je later invoeren door met de rechter muisknop te klikken in het client window, vervolgens “configure” te selecteren, nummer 3, nummer 1, en het nummer van de beste core. Klaar is kees.
MOL heeft voor het laatst aan deze pagina gewerkt op: 18-01-2001. Copyright © 2000-2001 by Team Coldfusion. All rights reserved.